Citaat | Hoge Raad 6 juli 2018
Onder 3.3.3 Hoge Raad 6 juli 2018
Een alinea uit Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1097.
Het incidentele beroep neemt processueel in beginsel een zelfstandige positie in ten opzichte van het principale beroep (HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6699, NJ 2014/175). De memorie van antwoord in het incidentele beroep biedt de geïntimeerde in dat beroep dan ook geen gelegenheid om te reageren op in het principale beroep gevoerde, nieuwe verweren. Het oordeel van het hof dat ED op het verjaringsverweer had kunnen en moeten reageren bij memorie van antwoord in het incidentele hoger beroep, en dat daarom het voor het eerst bij pleidooi gedane beroep op stuiting van de verjaring niet tijdig was, is derhalve onjuist. In het principale beroep was het pleidooi immers de eerste gelegenheid voor ED om op het verjaringsverweer van Siza te reageren. Het middel bevat echter geen klacht van deze strekking.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ffd3e0db6858ff5edecd89332cefc8ebda7dd7a41ae129d67a7db2c94301827. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ffd3e0db6858ff5edecd89332cefc8ebda7dd7a41ae129d67a7db2c94301827, en de alinea staat in dat document op bytes 20896 tot 21738.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ffd3e0db6858ff5edecd89332cefc8ebda7dd7a41ae129d67a7db2c94301827 | shasum -a 256