Citaat | Hoge Raad 6 juli 2018
Onder 3.3.2 Hoge Raad 6 juli 2018
Een alinea uit Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1100.
Indien de curator van zijn in art. 27 lid 3 Fw neergelegde bevoegdheid tot overneming van het geding gebruik maakt, wordt hij van rechtswege partij in plaats van de gefailleerde. Het oordeel van het hof dat de Curatoren [verzoekster] op de voet van art. 27 lid 3 Fw het geding in hoger beroep van [verzoekster] hebben overgenomen, houdt tevens de vaststelling in dat [verzoekster] buiten het geding is gesteld. Dat is een beslissing die, omdat zij ingrijpt in de rechten en belangen van [verzoekster] , dient te worden aangemerkt als een uitspraak waartegen voor haar in beginsel een rechtsmiddel openstaat (vgl. onder meer HR 10 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU6519, NJ 2006/405 en HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2568, NJ 2017/396).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/404ea02cdaf934360dd383d887c46ee2daf3638539306b70d6975740d94dee36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 404ea02cdaf934360dd383d887c46ee2daf3638539306b70d6975740d94dee36, en de alinea staat in dat document op bytes 12087 tot 12852.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/404ea02cdaf934360dd383d887c46ee2daf3638539306b70d6975740d94dee36 | shasum -a 256