Citaat | Hoge Raad 6 juli 2018

Onder 3.2.5 Hoge Raad 6 juli 2018

Een alinea uit Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1108.

Het hof heeft de grief van Rabobank die zich richtte tegen het oordeel van de rechtbank dat deze vorderingen zijn ontstaan uit de arbeidsovereenkomsten en dat deze vorderingen dus binnen het bereik van het voorrecht van art. 8:211, aanhef en onder b, BW vallen, verworpen. Het heeft daartoe – voor zover in cassatie van belang – eerst in het algemeen het volgende overwogen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4aa49f7c1b6d7e9ba98dc2cab1abf74c5ac9f8c9acad4db1d6ded896a794517e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4aa49f7c1b6d7e9ba98dc2cab1abf74c5ac9f8c9acad4db1d6ded896a794517e, en de alinea staat in dat document op bytes 16350 tot 16742.