Citaat | Hoge Raad 6 juli 2018
Onder 3.2.8 Hoge Raad 6 juli 2018
Een alinea uit Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1108.
“11.2 De rechtbank is tot die aanname gekomen doordat in het proces-verbaal van de comparitie van partijen staat dat Rabobank heeft verklaard dat de vervaltermijn van art. 8:219 BW in deze zaak geen rol speelt en dat Rabobank daarop geen beroep doet. Bij memorie van grieven voert Rabobank aan dat zij alleen heeft gezegd dat zij ter zake van de vervaltermijn geen beroep zou doen op het na 1 juli 2014 instellen van een vordering in rechte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4aa49f7c1b6d7e9ba98dc2cab1abf74c5ac9f8c9acad4db1d6ded896a794517e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4aa49f7c1b6d7e9ba98dc2cab1abf74c5ac9f8c9acad4db1d6ded896a794517e, en de alinea staat in dat document op bytes 31273 tot 31729.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4aa49f7c1b6d7e9ba98dc2cab1abf74c5ac9f8c9acad4db1d6ded896a794517e | shasum -a 256