Citaat | Hoge Raad 6 juli 2018

Onder 4.1.2 Hoge Raad 6 juli 2018

Een alinea uit Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1108.

Art. 8:211, aanhef en onder b, BW verbindt een voorrecht aan vorderingen ontstaan uit een zee-arbeidsovereenkomst, welk voorrecht op grond van art. 8:204 BW voorrang heeft boven vorderingen die door hypotheek zijn gedekt. Deze bepalingen zijn gelijkluidend aan de – in deze zaak toepasselijke – art. 8:204 en 8:211, aanhef en onder b, BWC, met dien verstande dat in laatstgenoemde bepaling het voorrecht is verbonden aan vorderingen ontstaan uit de arbeidsovereenkomsten van de kapitein of de andere leden van de bemanning. De genoemde bepalingen dienen, in overeenstemming met het concordantiebeginsel, naar Nederlands en Curaçaos recht gelijk te worden uitgelegd. Het in deze bepalingen geregelde voorrecht strekt ertoe met het oog op de bescherming van de belangen van de zeevarende diens verhaalsmogelijkheden voor de vorderingen die zijn ontstaan uit de zee-arbeidsovereenkomst zoveel mogelijk te waarborgen (HR 23 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG3588, NJ 2009/71).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4aa49f7c1b6d7e9ba98dc2cab1abf74c5ac9f8c9acad4db1d6ded896a794517e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4aa49f7c1b6d7e9ba98dc2cab1abf74c5ac9f8c9acad4db1d6ded896a794517e, en de alinea staat in dat document op bytes 38040 tot 39028.