Citaat | Hoge Raad 26 januari 2018

Onder 3.4.3 Hoge Raad 26 januari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:111.

De Overeenkomst is op 1 juni 2002 tot stand gekomen. Het is niet aannemelijk dat partijen de bedoeling hadden dat de in de Overeenkomst voorziene ‘des door [eiseres] gewenst vóór 1 mei 2002 in gang te zetten’ arbitrageprocedure 2 (zie hiervoor in 3.1 onder (vi)), al op het tijdstip van de totstandkoming van de Overeenkomst niet meer aanhangig zou kunnen worden gemaakt. Daarom klaagt onderdeel 1a terecht dat het hof een onbegrijpelijke uitleg heeft gegeven aan de bepaling in de Overeenkomst over het tijdstip waarop arbitrageprocedure 2 aanhangig kon worden gemaakt. Als gevolg hiervan kan evenmin standhouden het hierop voortbouwende oordeel van het hof dat de bevestiging van de genoemde bepaling in art. 3 van de Nadere overeenkomst niet een voldoende duidelijke mededeling aan de Gemeente inhield met de strekking van een voldoende duidelijke waarschuwing dat zij, ook na het verstrijken van de verjaringstermijn, rekening ermee moest houden dat [eiseres] zich haar recht op nakoming voorbehield.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77baf42c51414c168d863256b6ac11b411cb80a6c9ca66edaeab826c013ade85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77baf42c51414c168d863256b6ac11b411cb80a6c9ca66edaeab826c013ade85, en de alinea staat in dat document op bytes 18307 tot 19330.