Citaat | Hoge Raad 26 januari 2018

Onder 3.5.1 Hoge Raad 26 januari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:111.

Onderdeel 2 komt met een motiveringsklacht op tegen het oordeel van het hof dat [eiseres] haar stelling dat het beroep van de Gemeente op verjaring in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, onvoldoende heeft onderbouwd. Het voert aan dat [eiseres] in eerste aanleg nadrukkelijk heeft gesteld dat een beroep op verjaring van de Gemeente in dit stadium van de procedure onaanvaardbaar is, dat de Gemeente zich bij conclusie van antwoord van 5 maart 2014 voor het eerst op verjaring heeft beroepen, dat de Gemeente in de periode 2008-2014 verschillende handelingen heeft verricht die niet op verjaring duiden en dat de Gemeente wist dat [eiseres] tijd nodig had om de schade door prof. Bouma te laten onderzoeken. In dit verband beroept het onderdeel zich onder meer op de volgende (in onderdeel 1b onder 20 vermelde) stellingen van [eiseres] in de feitelijke instanties: (a) [eiseres] en de Gemeente zijn na het sluiten van de Overeenkomst overeengekomen dat arbitrageprocedure 2 pas aanhangig zou worden gemaakt nadat arbitrageprocedure 1 was afgerond; (b) [eiseres] heeft in 2006 gesprekken met de Gemeente gevoerd en geprobeerd haar vorderingen in der minne te regelen; (c) [eiseres] heeft na deze gesprekken op aanraden van de Gemeente prof. Bouma gevraagd onderzoek te doen naar het ontstaan, de oorzaak en de omvang van de vertragingsschade; (d) prof. Bouma heeft de Gemeente gevraagd om ten behoeve van zijn deskundigenrapport informatie beschikbaar te stellen; (e) prof. Bouma heeft zijn rapport in juni 2008 rechtstreeks aan de Gemeente verzonden; (f) de Gemeente heeft na het rapport van prof. Bouma mr. Leerink om advies gevraagd; (g) mr. Leerink heeft de Gemeente geadviseerd de vordering van [eiseres] af te wijzen, maar niet omdat deze was verjaard; (h) [eiseres] en de Gemeente hebben ook na 2008 over de vertragingsschade gecorrespondeerd; (i) de verjaring is nadien nog gestuit bij brief van 26 mei 2010 en bij brief van 5 augustus 2013; (j) [eiseres] is na het aantreden van een nieuwe wethouder blijven aandringen op een oplossing, hetgeen ertoe heeft geleid dat de Gemeente het adviesbureau Pro Facto onderzoek heeft laten doen naar het proces van de bedrijfsverplaatsing van [eiseres]; (k) het rapport van adviesbureau Pro Facto is in augustus 2013 afgerond; (l) [eiseres] heeft de Gemeente op 18 oktober 2013 gedagvaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77baf42c51414c168d863256b6ac11b411cb80a6c9ca66edaeab826c013ade85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77baf42c51414c168d863256b6ac11b411cb80a6c9ca66edaeab826c013ade85, en de alinea staat in dat document op bytes 19439 tot 21812.