Citaat | Hoge Raad 6 juli 2018
Onder 2.3.1. Hoge Raad 6 juli 2018
Een alinea uit Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1113.
Behoudens gevallen van gerechtvaardigde weigering op grond van artikel 8:29 Awb en uitzonderingsgevallen als misbruik van procesrecht, dient te worden tegemoetgekomen aan een verzoek van de belanghebbende tot overlegging van een bepaald stuk indien deze voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat het stuk van enig belang kan zijn voor de besluitvorming in zijn zaak (zie HR 25 april 2008, nr. 43448, ECLI:NL:HR:2008:BA3823, BNB 2008/161). Indien de rechter tot de slotsom komt dat aan een verzoek tot aanvulling van het dossier niet hoeft te worden tegemoetgekomen, bijvoorbeeld omdat onvoldoende duidelijk is op welk stuk of welke stukken het betrekking heeft, omdat het verzoek onvoldoende is gemotiveerd of omdat sprake is van een gerechtvaardigde weigering of een uitzonderingsgeval als hiervoor bedoeld, dient hij die beslissing en de gronden waarop zij berust, te vermelden in zijn uitspraak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed5d3b7fd3affdf8da9a4fe8a99454240407cea125d9cda6e35fdbdebd22b050. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed5d3b7fd3affdf8da9a4fe8a99454240407cea125d9cda6e35fdbdebd22b050, en de alinea staat in dat document op bytes 7020 tot 7929.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed5d3b7fd3affdf8da9a4fe8a99454240407cea125d9cda6e35fdbdebd22b050 | shasum -a 256