Citaat | Hoge Raad 30 januari 2018
Onder 2.2. Hoge Raad 30 januari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:113.
Rond september 2013 ben ik voor een paar dagen met [verdachte] mee naar Eindhoven gegaan. Na een week ging ik terug naar België. Toen ik thuis kwam, had mijn (ex) man alle sloten van de deuren vervangen. Ik ben hierna met [verdachte] terug naar Eindhoven gegaan. Sinds ik met [verdachte] in Eindhoven ben, leven wij op straat in Eindhoven. [verdachte] is zeer agressief. [verdachte] heeft mij meerdere keren mishandeld. Een keer moest iemand wiet voor [verdachte] halen maar deze persoon had dat niet geregeld. [verdachte] sloeg in één keer om en ging tekeer. Hij begon met slaan en schoppen. Ik had hier blauwe plekken, striemen en kneuzingen aan overgehouden en veel pijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a563eb44684e48b8c8967acaaa50029248498e21cf422a5b4569979465af6b88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a563eb44684e48b8c8967acaaa50029248498e21cf422a5b4569979465af6b88, en de alinea staat in dat document op bytes 7963 tot 8653.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a563eb44684e48b8c8967acaaa50029248498e21cf422a5b4569979465af6b88 | shasum -a 256