Citaat | Hoge Raad 30 januari 2018
Onder 2.2. Hoge Raad 30 januari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:113.
Op 6 maart 2014 om 22.00 uur was ik werkzaam als forensisch arts van de GGD op de Mathildelaan 4 te Eindhoven (politiebureau). Hier werd ik aangesproken door verbalisant [verbalisant 1] in verband met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1964. Mij werd gevraagd over de mogelijkheden van forensische beschrijving van het letsel. Om 22.30 uur heb ik [slachtoffer] onderzocht. Ik zag het volgende letsel:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a563eb44684e48b8c8967acaaa50029248498e21cf422a5b4569979465af6b88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a563eb44684e48b8c8967acaaa50029248498e21cf422a5b4569979465af6b88, en de alinea staat in dat document op bytes 12591 tot 13012.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a563eb44684e48b8c8967acaaa50029248498e21cf422a5b4569979465af6b88 | shasum -a 256