Citaat | Hoge Raad 30 januari 2018

Onder 2.3. Hoge Raad 30 januari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:113.

Het hof is voorts, anders dan de advocaat-generaal, van oordeel dat aangeefster dient te worden aangemerkt als levensgezel van verdachte. Uit de bewijsmiddelen, in het bijzonder de verklaring van aangeefster, blijkt dat verdachte en aangeefster gedurende de maanden voorafgaande aan de aangifte, beiden toen dakloos, dag en nacht samen optrokken, verdachte de zorg voor aangeefster op zich genomen had, aangeefster zich ten opzichte van verdachte over haar doen en laten moest verantwoorden, en er tevens sprake was van seksuele omgang. Verdachte en aangeefster onderhielden met elkaar een nauwe persoonlijke betrekking van een zekere hechtheid."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a563eb44684e48b8c8967acaaa50029248498e21cf422a5b4569979465af6b88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a563eb44684e48b8c8967acaaa50029248498e21cf422a5b4569979465af6b88, en de alinea staat in dat document op bytes 18428 tot 19087.