Citaat | Hoge Raad 30 januari 2018
Onder 3.4. Hoge Raad 30 januari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:113.
Blijkens de hiervoor onder 2 weergegeven bewijsvoering heeft het Hof vastgesteld dat de verdachte en [slachtoffer] , die beiden dakloos waren, gedurende een periode van ongeveer zes maanden dag en nacht samen hebben opgetrokken, dat de verdachte de zorg voor [slachtoffer] - die gebruik maakte van een rolstoel - op zich had genomen, dat [slachtoffer] zich ten opzichte van de verdachte moest verantwoorden over haar doen en laten en dat er sprake was van seksuele omgang tussen de verdachte en [slachtoffer] . Mede op basis van deze vaststellingen heeft het Hof geoordeeld dat de verdachte het misdrijf van mishandeling telkens heeft begaan tegen "zijn levensgezel" als bedoeld in art. 304, aanhef en onder 1°, Sr, aangezien [slachtoffer] en de verdachte een nauwe persoonlijke betrekking van een zekere hechtheid onderhielden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a563eb44684e48b8c8967acaaa50029248498e21cf422a5b4569979465af6b88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a563eb44684e48b8c8967acaaa50029248498e21cf422a5b4569979465af6b88, en de alinea staat in dat document op bytes 23913 tot 24755.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a563eb44684e48b8c8967acaaa50029248498e21cf422a5b4569979465af6b88 | shasum -a 256