Citaat | Hoge Raad 10 juli 2018

Onder 2.2.2. Hoge Raad 10 juli 2018

Een alinea uit Hoge Raad 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1131.

Op dinsdag 23 juni 2015, omstreeks 11:20 uur, was ik, verbalisant [verbalisant 1] , met Incidentafhandeling belast voor Basisteam Amersfoort. Ik kreeg de melding te gaan naar de Nijverheidsweg-Noord in Amersfoort. Ik hoorde dat de ambulance ter plaatse was. Omdat de ambulancebroeder zich zorgen maakte om het slachtoffer, vanwege een aantal steekwonden, werd ik ter plaatse gevraagd. Ter plaatse zag ik dat het om een gebouw van PostNL ging. Toen ik daar binnenkwam zag ik een persoon op de grond liggen. Ik hoorde dat de man op de grond zojuist een conflict had gehad met een man op straat. Via de ambulancebroeder kreeg ik de personalia van het slachtoffer:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06d2dfa14392a6fd06a18c91cd9669dc363a4a633ba875efc8e0f05f2332d1a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06d2dfa14392a6fd06a18c91cd9669dc363a4a633ba875efc8e0f05f2332d1a7, en de alinea staat in dat document op bytes 8363 tot 9036.