Citaat | Hoge Raad 10 juli 2018
Onder 2.4. Hoge Raad 10 juli 2018
Een alinea uit Hoge Raad 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1131.
In aanmerking genomen dat blijkens de bewijsvoering de bewijsmiddelen daarvoor overigens geen steun bieden, is de bewezenverklaring, voor zover het betreft de betrokkenheid van de verdachte bij de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan de aangever, in beslissende mate gebaseerd op het als bewijsmiddel 3 tot het bewijs gebezigde proces-verbaal van de verklaring van de aangever, inhoudende, kort gezegd, dat het de verdachte moet zijn geweest die hem heeft gestoken. Nu de verdachte die verklaring op wezenlijke onderdelen heeft betwist en de verdediging, ondanks het nodige initiatief in de vorm van een herhaald verzoek daartoe, niet in enig stadium van het geding gebruik heeft kunnen maken van de mogelijkheid de aangever te ondervragen, brengt dit, gelet ook op hetgeen hiervoor onder 2.3 is vooropgesteld, mee dat het Hof in strijd met artikel 6 EVRM het hiervoor bedoelde proces-verbaal voor het bewijs heeft gebezigd. In dat verband is nog van belang dat niet is gebleken dat de verdachte op enigerlei wijze is gecompenseerd voor het ontbreken van een mogelijkheid om de aangever te ondervragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06d2dfa14392a6fd06a18c91cd9669dc363a4a633ba875efc8e0f05f2332d1a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06d2dfa14392a6fd06a18c91cd9669dc363a4a633ba875efc8e0f05f2332d1a7, en de alinea staat in dat document op bytes 24082 tot 25219.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/06d2dfa14392a6fd06a18c91cd9669dc363a4a633ba875efc8e0f05f2332d1a7 | shasum -a 256