Citaat | Hoge Raad 13 juli 2018
Onder 3.5.1 Hoge Raad 13 juli 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1176.
In het licht van hetgeen hiervoor in 3.4.2-3.4.7 is overwogen, falen de hiervoor in 3.3 vermelde onderdelen. Wat betreft de onderdelen 1.2 en 1.3 volgt dat uit hetgeen hiervoor in 3.4.4 en 3.4.7 is overwogen. Voor zover de onderdelen 1.1 en 1.4 ervan uitgaan dat het antwoord op de vraag of de verkopend makelaar onrechtmatig heeft gehandeld door het niet-naleven van de meetinstructie, ervan afhankelijk is of hij mededelingen heeft gedaan over de mate waarin hij voor de juistheid van de door hem verstrekte gegevens en gehanteerde werkwijze instaat, stuiten zij af op hetgeen hiervoor in 3.4.3, 3.4.5 en 3.4.6 is overwogen. Voorts ligt in het oordeel van het hof besloten dat [eiseres] geen omstandigheden heeft gesteld als hiervoor in 3.4.5, tweede volzin, bedoeld. Gelet op hetgeen hierna in 3.5.2 wordt overwogen, is dat oordeel niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aef97ae2eb3ee9cac60e15d091414fb8cb0cc21238248827d25ccd4e1a95a746. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aef97ae2eb3ee9cac60e15d091414fb8cb0cc21238248827d25ccd4e1a95a746, en de alinea staat in dat document op bytes 26925 tot 27793.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aef97ae2eb3ee9cac60e15d091414fb8cb0cc21238248827d25ccd4e1a95a746 | shasum -a 256