Citaat | Hoge Raad 13 juli 2018
Onder 3.3.2 Hoge Raad 13 juli 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1209.
Kort samengevat weergegeven heeft het hof in zijn eindbeschikking het volgende aan zijn oordeel ten grondslag gelegd. [verweerster] heeft het haar opgedragen bewijs geleverd dat [verzoeker] de drie boeken zonder toestemming heeft weggenomen (rov. 2.19). Dat feit levert een dringende reden op die het door [verweerster] gegeven ontslag op staande voet rechtvaardigt (rov. 2.20). Dit betekent dat de kantonrechter ten onrechte het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van de opzegging heeft toegewezen (rov. 2.20). In verband met het systeem van de Wet werk en zekerheid (art. 7:683 lid 6 BW) zal het einde van de arbeidsovereenkomst worden bepaald op 31 mei 2017 (rov. 2.20-2.21). Er is geen sprake van een situatie als bedoeld in art. 7:628 lid 1 BW waarin de werknemer ( [verzoeker] ) de arbeid niet heeft verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever ( [verweerster] ) behoort te komen. Daarom heeft [verzoeker] op grond van de art. 7:627 en 7:628 BW over de gehele periode vanaf het ontslag op staande voet tot de door het hof bepaalde einddatum geen recht op loon. (rov. 2.23)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96ed265e073347d6f5d7da249b06d5ccbab520cd4fa702d5575a2b9b9b275251. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96ed265e073347d6f5d7da249b06d5ccbab520cd4fa702d5575a2b9b9b275251, en de alinea staat in dat document op bytes 11406 tot 12561.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96ed265e073347d6f5d7da249b06d5ccbab520cd4fa702d5575a2b9b9b275251 | shasum -a 256