Citaat | Hoge Raad 13 juli 2018
Onder 3.7.1 Hoge Raad 13 juli 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1209.
Het verschil in rechtsgevolgen dat onder de Wwz bestaat tussen de situaties (a) en (b), is vanuit de systematiek van die wet verklaarbaar. In materieel opzicht bestaan tussen beide situaties echter geen relevante verschillen. Het is bovendien moeilijk te rechtvaardigen dat een werkgever van wie, naar door een definitief rechterlijk oordeel is komen vast te staan, “redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren” (art. 7:678 lid 1 BW), zodat hij om die reden indertijd de arbeidsovereenkomst “onverwijld” mocht opzeggen (art. 7:677 lid 1 BW), desondanks steeds verplicht zou zijn tot loonbetaling over de duur van een procedure in meerdere instanties, alleen maar omdat de rechter in eerste aanleg – naar in hoger beroep is vastgesteld: ten onrechte – in zijn nadeel heeft beslist. In de literatuur is meermalen gewezen op het onbevredigende van dit resultaat (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.4.1).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96ed265e073347d6f5d7da249b06d5ccbab520cd4fa702d5575a2b9b9b275251. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96ed265e073347d6f5d7da249b06d5ccbab520cd4fa702d5575a2b9b9b275251, en de alinea staat in dat document op bytes 17580 tot 18559.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96ed265e073347d6f5d7da249b06d5ccbab520cd4fa702d5575a2b9b9b275251 | shasum -a 256