Citaat | Hoge Raad 13 juli 2018
Onder 3.3.1 Hoge Raad 13 juli 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1220.
Onderdeel 1.2 van het middel betoogt dat het hof in rov. 5.11 heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting of zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd, door bij de beoordeling van de vraag of de rechtshandeling is geschied ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening in de zin van art. 1:88 lid 5 BW, beslissend te achten of de rechtshandeling kenmerkend is voor het beroep van accountant. Voorts getuigt het oordeel van het hof in rov. 5.11 in verbinding met rov. 5.10 volgens het onderdeel van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot het begrip “ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening” in de zin van art. 1:88 lid 5 BW. Voor het antwoord op de vraag of een bepaalde rechtshandeling geschiedt ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van een vennootschap, is niet beslissend of voor het doel waarvoor die rechtshandeling is aangegaan alternatieven bestaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dec704a31c18ef0b1e03807c98f2a0587f66a6485ad88a123892b48f9cdd7640. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dec704a31c18ef0b1e03807c98f2a0587f66a6485ad88a123892b48f9cdd7640, en de alinea staat in dat document op bytes 17464 tot 18382.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dec704a31c18ef0b1e03807c98f2a0587f66a6485ad88a123892b48f9cdd7640 | shasum -a 256