Citaat | Hoge Raad 13 juli 2018
Onder 5.2 Hoge Raad 13 juli 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1221.
Het vorenstaande laat echter onverlet dat partijen zich in het geding na verwijzing mogen beroepen op (wijziging van) feiten en omstandigheden die zich na de vernietigde uitspraak (heeft) hebben voorgedaan, mits partijen daardoor de grenzen van de rechtsstrijd na cassatie niet overschrijden, en dat de rechter die na verwijzing over de zaak oordeelt, de hiervoor bedoelde (wijziging van) feiten en omstandigheden in zijn beoordeling dient te betrekken (vgl. HR 22 oktober 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2998, NJ 1999/799, rov. 3.2). Deze uitzondering vindt haar rechtvaardiging hierin dat zij voorkomt dat het geschil zou moeten worden beslist aan de hand van inmiddels achterhaalde of onjuist gebleken (juridische of feitelijke) gegevens (vgl. HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360, NJ 2018/165, rov. 4.3.2, tweede alinea, met betrekking tot een eisvermeerdering in het geding na verwijzing).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13612ac102ad137273c611d68c0159c6c12b62ea98756b0dad902a89b0922597. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13612ac102ad137273c611d68c0159c6c12b62ea98756b0dad902a89b0922597, en de alinea staat in dat document op bytes 13675 tot 14580.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13612ac102ad137273c611d68c0159c6c12b62ea98756b0dad902a89b0922597 | shasum -a 256