Citaat | Hoge Raad 13 juli 2018
Onder 5.5 Hoge Raad 13 juli 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1221.
Voor zover de klachten van het incidentele middel betogen dat het hof (in rov. 2.19-2.20 van het eerste tussenarrest) ten onrechte is voorbijgegaan aan de stellingen van de Staat volgens welke bij de berekening van de meerwaarde wegens bijzondere geschiktheid van het onteigende ook rekening moet worden gehouden met de kosten van het storten van vermarktbare grond, stuiten zij af op hetgeen hiervoor in 5.2 is overwogen. De Hoge Raad heeft immers in rov. 5.1.1-5.1.2 van zijn verwijzingsarrest de klachten van onderdeel 1 van het middel van [eiser] – welke klachten gericht waren tegen het oordeel van de rechtbank dat overeenstemde met de hiervoor weergegeven stellingen van de Staat – gegrond geoordeeld. Daaraan was het hof als verwijzingsrechter gebonden, nu de Staat zich in de procedure na verwijzing voor het door hem (wederom) bepleite standpunt niet heeft beroepen op argumenten of gegevens die hij niet al ten overstaan van de rechtbank had kunnen inroepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13612ac102ad137273c611d68c0159c6c12b62ea98756b0dad902a89b0922597. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13612ac102ad137273c611d68c0159c6c12b62ea98756b0dad902a89b0922597, en de alinea staat in dat document op bytes 17896 tot 18882.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13612ac102ad137273c611d68c0159c6c12b62ea98756b0dad902a89b0922597 | shasum -a 256