Citaat | Hoge Raad 2 februari 2018
Onder 2.5.7. Hoge Raad 2 februari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:126.
Daarmee is echter geen antwoord gegeven op de hiervoor in 2.5.5 bedoelde vraag, die er meer specifiek op neerkomt of het Unierecht, in het bijzonder het recht op vrij verkeer van werknemers, Nederland in gevallen als de onderhavige niet alleen toestaat, maar ook verplicht om als woonstaat in afwijking van de nationale wetgeving (artikel 6a van de AOW) prestaties toe te kennen aan de betrokkenen (de derde prejudiciële vraag van de Centrale Raad).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd899cff5d558affc6e1e6dde746d7c964877abf1947f599e1dbbb3a91ee6f06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd899cff5d558affc6e1e6dde746d7c964877abf1947f599e1dbbb3a91ee6f06, en de alinea staat in dat document op bytes 24974 tot 25437.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd899cff5d558affc6e1e6dde746d7c964877abf1947f599e1dbbb3a91ee6f06 | shasum -a 256