Citaat | Hoge Raad 17 augustus 2018

Onder 2.4. Hoge Raad 17 augustus 2018

Een alinea uit Hoge Raad 17 augustus 2018, ECLI:NL:HR:2018:1311.

In een geval als het onderhavige, waarin niet in geschil is dat de bewijslast is omgekeerd en verzwaard, is uitgangspunt dat de berekening van het nagevorderde bedrag jegens de belanghebbende redelijk en dus niet willekeurig behoort te zijn. Voor de beoordeling of aan deze maatstaf wordt voldaan dient mede in aanmerking te worden genomen in hoeverre de inspecteur beschikt over gegevens voor het opleggen van een (navorderings)aanslag en in hoeverre ervan mag worden uitgegaan dat de belastingplichtige in staat is opening van zaken te geven. (Vgl. HR 15 april 2011, nr. 09/03075, ECLI:NL:HR:2011:BN6324, BNB 2011/206, rechtsoverweging 4.4.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b692d89ef42804166ba2d02aff3aa692e81bb9158ab485a9eb3292a94ba9ead1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b692d89ef42804166ba2d02aff3aa692e81bb9158ab485a9eb3292a94ba9ead1, en de alinea staat in dat document op bytes 9926 tot 10585.