Citaat | Hoge Raad 2 februari 2018
Onder 3.4.3 Hoge Raad 2 februari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141.
Het oordeel van het hof dat het verweer van Goglio, inhoudende dat de termijn van 60 dagen pas op 26 maart 2013 is aangevangen, een gedekt verweer is nu namens haar ondubbelzinnig en expliciet is erkend dat zij te laat had betaald, berust op de uitleg die het hof, mede tegen de achtergrond van de hiervoor in 3.4.2 vermelde stellingen, aan Goglio’s verklaring ter comparitie in eerste aanleg heeft gegeven. Die uitleg komt erop neer dat Goglio het in hoger beroep gevoerde verweer dat de 60-dagentermijn pas op 26 maart 2013 was aangevangen zodat zij niet te laat had betaald, met deze verklaring ondubbelzinnig had prijsgegeven doordat zij ondubbelzinnig en expliciet heeft erkend dat zij te laat had betaald. Deze uitleg is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt en kan daarom in cassatie niet op juistheid worden onderzocht. Het oordeel van het hof geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot art. 348 Rv, is in het licht van voormelde stellingen en van de ter comparitie in eerste aanleg afgelegde verklaring niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. De tegen dit oordeel gerichte klachten falen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d769ad76a6da152080c53c3768563beff421b851937a9b42e16aa3925f5d50aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d769ad76a6da152080c53c3768563beff421b851937a9b42e16aa3925f5d50aa, en de alinea staat in dat document op bytes 24003 tot 25176.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d769ad76a6da152080c53c3768563beff421b851937a9b42e16aa3925f5d50aa | shasum -a 256