Citaat | Hoge Raad 7 september 2018
Onder 3.2.2 Hoge Raad 7 september 2018
Een alinea uit Hoge Raad 7 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1434.
De conclusie uit het voorgaande is dat er in dit geding niet van kan worden uitgegaan dat de inlichtingendiensten gegevens van buitenlandse inlichtingendiensten ontvangen die door de desbetreffende buitenlandse inlichtingendienst op ongeoorloofde wijze zijn verkregen. Voor zover wel de mogelijkheid bestaat dat dit gebeurt, is die enkele mogelijkheid niet voldoende om het vertrouwensbeginsel opzij te zetten en om het toezicht te verscherpen en/of van de inlichtingendiensten te verlangen dat zij bij elke ontvangst van gegevens van de NSA of de GCHQ vaststellen dat deze gegevens in overeenstemming met de toepasselijke grondrechten zijn verzameld. (rov. 3.15)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfce0fef8cb763392cd1abbaba3733d2d874eb7f0e685c2372267d90aab03a44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfce0fef8cb763392cd1abbaba3733d2d874eb7f0e685c2372267d90aab03a44, en de alinea staat in dat document op bytes 19637 tot 20314.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfce0fef8cb763392cd1abbaba3733d2d874eb7f0e685c2372267d90aab03a44 | shasum -a 256