Citaat | Hoge Raad 7 september 2018

Onder 3.3.3 Hoge Raad 7 september 2018

Een alinea uit Hoge Raad 7 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1434.

Hetgeen eisers hebben betoogd over art. 59 Wiv 2002 heeft het hof kennelijk aldus opgevat, dat de strekking daarvan was dat deze bepaling geen of onvoldoende waarborg biedt tegen de ontvangst van (mogelijk) in strijd met het EVRM of anderszins onrechtmatig verkregen gegevens, en dat de Nederlandse diensten mede daarom gehouden zijn de rechtmatigheid van de verkrijging van de gegevens te onderzoeken. Die uitleg van het betoog is evenmin onbegrijpelijk, mede in het licht van hetgeen in (de inleiding van) de memorie van grieven (onder 6) staat vermeld:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfce0fef8cb763392cd1abbaba3733d2d874eb7f0e685c2372267d90aab03a44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfce0fef8cb763392cd1abbaba3733d2d874eb7f0e685c2372267d90aab03a44, en de alinea staat in dat document op bytes 24714 tot 25282.