Citaat | Hoge Raad 2 februari 2018

Onder 3.6 Hoge Raad 2 februari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:146.

Uit hetgeen de rechtbank heeft overwogen, volgt niet dat aan de hiervoor in 3.5 genoemde voorwaarden is voldaan. Voor zover de rechtbank haar oordeel heeft gebaseerd op de feiten dat betrokkene eerder advocaat is geweest, dat hij aantekeningen had gemaakt ten behoeve van de mondelinge behandeling, en bereid was en zichzelf in staat achtte ‘om zijn eigen verdediging te voeren’, heeft zij blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting dan wel haar beslissing onvoldoende gemotiveerd. Hierbij is van belang dat de mondelinge behandeling op aandrang van de rechtbank is voortgezet zonder aanwezigheid van de advocaat en dat niet blijkt dat de rechtbank bij haar oordeel rekening heeft gehouden met de invloed van de stoornis van betrokkene waarop zij de verlening van de voorlopige machtiging heeft gebaseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b522ffbcf0ff7574213f1763cafd680973f0539f017d875e633a8c818e90912. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b522ffbcf0ff7574213f1763cafd680973f0539f017d875e633a8c818e90912, en de alinea staat in dat document op bytes 11792 tot 12618.