Citaat | Hoge Raad 2 februari 2018
Onder 3.3.4 Hoge Raad 2 februari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:147.
Nu, zoals blijkt uit hetgeen hiervoor in 3.3.2 en 3.3.3 is overwogen, het commune internationaal privaatrecht geen regeling bevat voor kwesties betreffende meerderjarigenbescherming (op art. 10:11 BW na, ten aanzien waarvan de regering voorrang van het HVV erkent) en nu de wetgever in art. 10:115 BW een verwijzing naar het HVV heeft voorzien, moet worden aanvaard dat in voorkomend geval ruimte bestaat voor anticiperende toepassing van bepalingen uit het HVV. Om dezelfde reden bestaat er geen bezwaar tegen de regels van het HVV ook toe te passen op het onderhavige geval, waarin sprake is van een rechterlijke beslissing uit een land dat geen partij is bij het verdrag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/306581dc14691bf99702b6f8bd31370d72cc16833453e461c02c49762b8faba9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 306581dc14691bf99702b6f8bd31370d72cc16833453e461c02c49762b8faba9, en de alinea staat in dat document op bytes 15947 tot 16635.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/306581dc14691bf99702b6f8bd31370d72cc16833453e461c02c49762b8faba9 | shasum -a 256