Citaat | Hoge Raad 2 februari 2018

Onder 3.6.4 Hoge Raad 2 februari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:147.

In het toelichtend rapport bij art. 14 HVV is vermeld dat het begrip ‘uitvoeringshandeling’ ruim dient te worden opgevat. Blijkens die toelichting kan het verkrijgen van rechterlijke machtiging voor het verrichten van een handeling worden gezien als een uitvoeringshandeling. (Explanatory Report, Actes et Documents, Protection of adults, Den Haag 2003, nr. 94, p. 426-427, geciteerd in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.7). De vraag of de tutor een rechterlijke machtiging behoefde om namens [eiseres 1] cassatieberoep in te stellen, dient derhalve te worden beantwoord naar Nederlands recht. Nu de maatregel van tutela is gelijk te stellen met de Nederlandse maatregel van curatele, volgt het vereiste van een rechterlijke machtiging uit art. 1:386 lid 1 BW in verbinding met art. 1:349 BW. Anders dan [eisers] betogen, behoefde de tutor derhalve rechterlijke machtiging voor het, als wettelijk vertegenwoordiger van [eiseres 1] , instellen van cassatieberoep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/306581dc14691bf99702b6f8bd31370d72cc16833453e461c02c49762b8faba9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 306581dc14691bf99702b6f8bd31370d72cc16833453e461c02c49762b8faba9, en de alinea staat in dat document op bytes 22853 tot 23857.