Citaat | Hoge Raad 2 februari 2018
Onder 3.3 Hoge Raad 2 februari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:148.
De onderdelen 2.1 – 2.1.8 van het middel klagen naar de kern genomen dat het hof bij de uitleg van het hiervoor in 3.1 onder (vi) genoemde beding een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd. Het hof had het beding niet moeten uitleggen aan de hand van de maatstaf van de ‘geobjectiveerde partijbedoeling’ zoals door het hof in rov. 3.6.3 (in verbinding met rov. 4.4.5 van de rechtbank) is omschreven, maar aan de hand van de (zoals het middel zegt) ‘gewone’ of ‘volle’ Haviltex-maatstaf waarbij alle omstandigheden van het geval van belang zijn. In dat verband wordt betoogd dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, is voorbijgegaan aan de stellingen van [eiser] c.s. die ertoe strekken dat de parkbijdrage van € 450,-- die in de leveringsakte van de parkeerplaats is opgenomen, naar de bedoeling van de daarbij betrokken partijen in de plaats is gekomen van de in de leveringsakte van het huisje vermelde parkbijdrage van ƒ 1.531,10, althans dat [eiser] c.s. niet beide parkbijdragen verschuldigd zijn. Die stellingen houden (kort gezegd) onder meer in:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fc28c641f7af9fb43ad0a88f5d3c7c3951889626a84034442d89b67577fe627. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fc28c641f7af9fb43ad0a88f5d3c7c3951889626a84034442d89b67577fe627, en de alinea staat in dat document op bytes 20243 tot 21366.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1fc28c641f7af9fb43ad0a88f5d3c7c3951889626a84034442d89b67577fe627 | shasum -a 256