Citaat | Hoge Raad 6 februari 2018
Onder 3.2. Hoge Raad 6 februari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 6 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:155.
De Hoge Raad stelt voorop dat de inzet van infiltranten niet toelaatbaar is, indien hierdoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak wordt tekortgedaan. Daarvan is sprake ingeval de verdachte door een opsporingsambtenaar dan wel door een persoon voor wiens handelen de politie of het openbaar ministerie verantwoordelijk is, is gebracht tot het begaan van het strafbare feit waarvoor hij wordt vervolgd, terwijl zijn opzet tevoren niet reeds daarop was gericht (vgl. HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0613, NJ 2010/441, inzake het zogenoemde Tallon-criterium).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d852b70271ea6853950995a14d3447eb593a15bab567fc9082d7910dcac2a60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d852b70271ea6853950995a14d3447eb593a15bab567fc9082d7910dcac2a60, en de alinea staat in dat document op bytes 42015 tot 42681.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d852b70271ea6853950995a14d3447eb593a15bab567fc9082d7910dcac2a60 | shasum -a 256