Citaat | Hoge Raad 6 februari 2018
Onder 3.3. Hoge Raad 6 februari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 6 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:155.
De middelen doen een beroep op de rechtspraak van het EHRM betreffende het in art. 6 EVRM gegarandeerde recht van de verdachte op een eerlijk proces, in overeenstemming waarmee het Tallon-criterium dient te worden toegepast. Zij berusten onder meer op de opvatting dat de inzet van infiltranten uitsluitend toelaatbaar is als de verdachte reeds een begin heeft gemaakt met de gedragingen die hem (uiteindelijk) worden verweten. Die opvatting is echter in haar algemeenheid onjuist. Ook uit de rechtspraak van het EHRM – waarvan de inhoud is weergegeven en besproken in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5.3 tot en met 5.18 – volgt dit niet, nu deze rechtspraak immers inhoudt dat de inzet van infiltranten toelaatbaar is indien de betrokkene zich inlaat met criminele activiteiten of indien zijn opzet reeds tevoren op het plegen van een misdrijf was gericht ("had been involved in criminal activity or was predisposed to commit an offence"). De middelen falen in zoverre.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d852b70271ea6853950995a14d3447eb593a15bab567fc9082d7910dcac2a60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d852b70271ea6853950995a14d3447eb593a15bab567fc9082d7910dcac2a60, en de alinea staat in dat document op bytes 42761 tot 43760.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d852b70271ea6853950995a14d3447eb593a15bab567fc9082d7910dcac2a60 | shasum -a 256