Citaat | Hoge Raad 14 september 2018
Onder 4.1.2 Hoge Raad 14 september 2018
Een alinea uit Hoge Raad 14 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1672.
De onderdelen missen feitelijke grondslag voor zover zij betogen dat het hof heeft miskend dat een overeenkomst slechts eindigt indien die overeenkomst zelf, een rechtshandeling, de wet, de gewoonte en/of het ongeschreven recht dit meebrengt. Wat de overeenkomsten tussen [eiseres] en Bast betreft, geldt dat het hof deze kennelijk aldus heeft uitgelegd, dat deze eindigden als een einde kwam aan de uitvoering van de overeenkomst tussen VelopA en [eiseres], gezien de samenhang tussen laatstgenoemde overeenkomst en de overeenkomsten tussen [eiseres] en Bast. Wat de overeenkomst tussen [eiseres] en VelopA betreft, heeft het hof zich niet erover uitgesproken of deze rechtens is beëindigd, maar slechts geconstateerd dat aan de feitelijke uitvoering daarvan een einde was gekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/271d856667487fbff94bd4788246e2f20dc840a201a7ef864ee91e5abeea01b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 271d856667487fbff94bd4788246e2f20dc840a201a7ef864ee91e5abeea01b5, en de alinea staat in dat document op bytes 18344 tot 19140.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/271d856667487fbff94bd4788246e2f20dc840a201a7ef864ee91e5abeea01b5 | shasum -a 256