Citaat | Hoge Raad 14 september 2018
Onder 4.1.3 Hoge Raad 14 september 2018
Een alinea uit Hoge Raad 14 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1672.
De onderdelen klagen evenwel terecht over de motivering van het oordeel van het hof dat door het niet langer uitvoeren van de overeenkomst tussen [eiseres] en VelopA een einde is gekomen aan de overeenkomsten tussen [eiseres] en Bast. De enkele verwijzing naar de samenhang tussen deze overeenkomsten is, zonder nadere motivering, onvoldoende om dat oordeel te kunnen dragen (vgl. HR 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1627, NJ 2015/2 (Eneco/Ronde van Nederland) rov. 3.5.3). Het oordeel van het hof dat de overeenkomsten tussen [eiseres] en Bast tot een einde zijn gekomen kan daarom niet in stand blijven. Dat betekent dat ook het betoog van [eiseres] dat het exclusiviteitsbeding in de overeenkomsten tussen [eiseres] en Bast juist mede was gemaakt voor het geval de overeenkomst tussen [eiseres] en VelopA zou eindigen (onder meer memorie van grieven, nr. 10-18) opnieuw moet worden onderzocht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/271d856667487fbff94bd4788246e2f20dc840a201a7ef864ee91e5abeea01b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 271d856667487fbff94bd4788246e2f20dc840a201a7ef864ee91e5abeea01b5, en de alinea staat in dat document op bytes 19221 tot 20166.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/271d856667487fbff94bd4788246e2f20dc840a201a7ef864ee91e5abeea01b5 | shasum -a 256