Citaat | Hoge Raad 14 september 2018

Onder 4.3 Hoge Raad 14 september 2018

Een alinea uit Hoge Raad 14 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1672.

Onderdeel 4 bestrijdt rov. 22, waarin het hof naar aanleiding van grief V van [eiseres] heeft geoordeeld dat Bast door rechtstreeks aan VelopA te leveren niet onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld. Blijkens de toelichting op de grief gaat het erom dat Bast volgens [eiseres] “onrechtmatig heeft gehandeld, voor zover het handelen en gedragen niet binnen de reikwijdte van de overeenkomsten ter beoordeling kan worden betrokken”. Omdat het oordeel van het hof over het einde van de overeenkomsten tussen [eiseres] en Bast niet in stand kan blijven (zie hiervoor in 4.1.3), en dus nog beslist moet worden over de reikwijdte van die overeenkomsten, en meer in het bijzonder die van het exclusiviteitsbeding, behoeft onderdeel 4 geen behandeling. Daarbij is nog van belang dat de klachten van het onderdeel mede zijn gebaseerd op de stellingen van [eiseres] over het belang en de werking van het exclusiviteitsbeding in de overeenkomsten tussen [eiseres] en Bast, die in de contractuele context dienen te worden onderzocht voordat hun relevantie in het kader van de onrechtmatigheidsvraag kan worden beoordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/271d856667487fbff94bd4788246e2f20dc840a201a7ef864ee91e5abeea01b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 271d856667487fbff94bd4788246e2f20dc840a201a7ef864ee91e5abeea01b5, en de alinea staat in dat document op bytes 20602 tot 21760.