Citaat | Hoge Raad 21 september 2018

Onder 4.2.2 Hoge Raad 21 september 2018

Een alinea uit Hoge Raad 21 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1694.

Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad dient bij het bepalen van de werkelijke waarde van onteigende grond rekening te worden gehouden met daarin aanwezige bruikbare bodembestanddelen, die de grond in het commerciële verkeer aantrekkelijker maken dan andere gronden. Dat geldt ook als het de onteigende op grond van de wettelijke voorschriften terzake niet was toegestaan om de bodembestanddelen te winnen, maar de onteigenaar of de uitvoerder van het werk wel (zogenoemde ‘onwinbare’ bodembestanddelen). De eventuele, met de aanwezigheid van dergelijke bodembestanddelen samenhangende, meerwaarde van de grond is immers ook in dat geval het gevolg van eigenschappen van het onteigende zelf. (Zie onder andere HR 2 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2741, NJ 2017/274, rov. 6.1.3 en de daar genoemde rechtspraak.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd9bf4ae1a7cded7185a1f850beff06a7df392be57d2f432b0f628a12cd3aca2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd9bf4ae1a7cded7185a1f850beff06a7df392be57d2f432b0f628a12cd3aca2, en de alinea staat in dat document op bytes 12569 tot 13439.