Citaat | Hoge Raad 21 september 2018

Onder 5.3.3 Hoge Raad 21 september 2018

Een alinea uit Hoge Raad 21 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1694.

Zoals blijkt uit rov. 4.5 van het vonnis van de rechtbank van 16 september 2015, waarbij de onteigening is uitgesproken, heeft [verweerder] zich in de administratieve fase en bij de rechtbank bij wijze van verweer tegen de beoogde onteigening beroepen op de wens tot zelfrealisatie. Indien de rechtbank met haar oordeel dat de daarmee gemoeide kosten geen kosten zijn die op de voet van art. 50 Ow redelijkerwijs voor vergoeding in aanmerking komen, heeft bedoeld dat dergelijke kosten niet behoren tot de in art. 50 Ow bedoelde kosten, getuigt dat oordeel van een onjuiste rechtsopvatting (zie hiervoor in 5.3.2). Voor zover de rechtbank, gelet op de invoeging “redelijkerwijs”, zou hebben bedoeld dat de desbetreffende kosten niet redelijkerwijs zijn gemaakt of niet binnen een redelijke omvang zijn gebleven, voldoet dat oordeel niet aan de daaraan te stellen motiveringseisen. Het onderdeel slaagt dus.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd9bf4ae1a7cded7185a1f850beff06a7df392be57d2f432b0f628a12cd3aca2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd9bf4ae1a7cded7185a1f850beff06a7df392be57d2f432b0f628a12cd3aca2, en de alinea staat in dat document op bytes 24490 tot 25439.