Citaat | Hoge Raad 25 september 2018

Onder 3.2.2. Hoge Raad 25 september 2018

Een alinea uit Hoge Raad 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1770.

Blijkens de rechtspraak van het EHRM betreffende het in art. 6, eerste lid, EVRM gegarandeerde recht op een behandeling van de zaak door een onpartijdig gerecht geldt als hoofdregel dat de behandeling van een wrakingsverzoek niet achterwege mag worden gelaten aangezien anders (i) onvoldoende is gewaarborgd dat een partij haar aanspraak op een onpartijdige behandeling van de zaak kan verwezenlijken, en (ii) het vertrouwen dat de rechtzoekende in de gerechten moet kunnen stellen, in het geding zou kunnen komen (vgl. EHRM 15 oktober 2009, 17056/06, (Micallef tegen Malta), rov. 99). Uit deze rechtspraak valt echter ook af te leiden dat die hoofdregel alleen geldt indien sprake is van een wrakingsverzoek dat – in de bewoordingen van het EHRM – "does not immediately appear to be manifestly devoid of merit" (vgl. EHRM 23 april 1996, 16839/90, (Remli tegen Frankrijk), rov. 48).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbed402f3258bc93249e697196de27d177bf6fe0dde1c07601afb45878764b7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbed402f3258bc93249e697196de27d177bf6fe0dde1c07601afb45878764b7a, en de alinea staat in dat document op bytes 17640 tot 18552.