Citaat | Hoge Raad 25 september 2018
Onder 4.2.1. Hoge Raad 25 september 2018
Een alinea uit Hoge Raad 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1770.
Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van rechterlijke onpartijdigheid in de zin van art. 6, eerste lid, EVRM en art. 14, eerste lid, IVBPR dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (vgl. HR 31 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7956).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbed402f3258bc93249e697196de27d177bf6fe0dde1c07601afb45878764b7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbed402f3258bc93249e697196de27d177bf6fe0dde1c07601afb45878764b7a, en de alinea staat in dat document op bytes 20032 tot 20637.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dbed402f3258bc93249e697196de27d177bf6fe0dde1c07601afb45878764b7a | shasum -a 256