Citaat | Hoge Raad 25 september 2018

Onder 4.7. Hoge Raad 25 september 2018

Een alinea uit Hoge Raad 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1770.

Een redelijke wetsuitleg brengt echter mee dat ingeval sprake is van een opeenstapeling van wrakingsverzoeken doordat eerst de zittingsrechter en vervolgens de wrakingskamer wordt gewraakt, de wrakingskamer, mede ter voorkoming van ongerechtvaardigd oponthoud, in geval van evident misbruik van recht, het verzoek tot wraking van een of meer van haar leden buiten behandeling kan laten zonder dat de zaak in handen van een andere wrakingskamer wordt gesteld. Art. 515, eerste lid, Sv, staat daaraan niet in de weg. Dat voorschrift is immers alleen van toepassing indien sprake is van een verzoek dat kan worden aangemerkt als een wrakingsverzoek in de zin van art. 512 Sv. Die uitleg sluit ook aan bij de onder 3.2.2 weergegeven rechtspraak van het EHRM, inhoudende dat de hoofdregel dat de behandeling van een wrakingsverzoek niet achterwege mag worden gelaten, alleen geldt bij een verzoek dat "does not immediately appear to be manifestly devoid of merit".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbed402f3258bc93249e697196de27d177bf6fe0dde1c07601afb45878764b7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbed402f3258bc93249e697196de27d177bf6fe0dde1c07601afb45878764b7a, en de alinea staat in dat document op bytes 27577 tot 28550.