Citaat | Hoge Raad 28 september 2018
Onder 3.3.2 Hoge Raad 28 september 2018
Een alinea uit Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1782.
Het middel is gegrond. Naar vaste rechtspraak levert voor een partij die in eerste aanleg in de proceskosten is veroordeeld, deze veroordeling een voldoende belang op bij het instellen van hoger beroep tegen die uitspraak (HR 22 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX9705, NJ 2007/188). Dat geldt tevens indien de appelrechter in kort geding oordeelt dat spoedeisend belang ontbreekt bij de in hoger beroep te beoordelen vordering of dat een ordemaatregel anderszins niet meer aan de orde is. De appelrechter dient ook in een dergelijk geval te beslissen over de in eerste aanleg uitgesproken proceskostenveroordeling. Daartoe moet hij onderzoeken of de vordering die in eerste aanleg ter beoordeling voorlag, terecht is toe- of afgewezen, met inachtneming van het in appel gevoerde debat en naar de toestand zoals die zich voordoet ten tijde van zijn beslissing in hoger beroep. (Vgl. HR 3 september 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1050, NJ 1993/714 en HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:666, NJ 2016/211.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa328a33583cbaae9c09043705d0c9663d2c885135a467ccd47c54cb24410657. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa328a33583cbaae9c09043705d0c9663d2c885135a467ccd47c54cb24410657, en de alinea staat in dat document op bytes 9227 tot 10247.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa328a33583cbaae9c09043705d0c9663d2c885135a467ccd47c54cb24410657 | shasum -a 256