Citaat | Hoge Raad 9 januari 2018

Onder 2.3.3. Hoge Raad 9 januari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:18.

Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging komt als in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg immers slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Daarvoor is alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan (vgl. HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533, NJ 2004/376, rov. 3.6.5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7265e809a6e01d02f29b5fa54da7ba3301c6322358dc3cf6b65207f3b7b4ad32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7265e809a6e01d02f29b5fa54da7ba3301c6322358dc3cf6b65207f3b7b4ad32, en de alinea staat in dat document op bytes 29101 tot 29778.