Citaat | Hoge Raad 9 januari 2018

Onder 2.2.2. Hoge Raad 9 januari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:18.

De raadsman heeft aan de hand van een door hem overgelegde en aan het dossier toegevoegde pleitnotitie, betoogd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. Hiertoe voert hij aan dat er sprake was van een tactisch plan van de politie, in overleg met de Officier van Justitie, waarbij doelbewust tijdens de verhoren de verdachte is misleid door in strijd met de waarheid te vertellen dat sprake was van een buitgemaakte enveloppe met daarin een aanzienlijk geldbedrag. Vervolgens zijn gesprekken gevoerd tussen hem - de verdachte - en de medeverdachte [medeverdachte] na hun heenzending heimelijk opgenomen. Middels dit tactisch plan is gehandeld in strijd met de beginselen van een goede procesorde. De keuzevrijheid van de verdachte om al dan niet te verklaren is teniet gedaan en daarmee is sprake van een schending van artikel 6 EVRM, aldus de raadsman.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7265e809a6e01d02f29b5fa54da7ba3301c6322358dc3cf6b65207f3b7b4ad32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7265e809a6e01d02f29b5fa54da7ba3301c6322358dc3cf6b65207f3b7b4ad32, en de alinea staat in dat document op bytes 9477 tot 10387.