Citaat | Hoge Raad 28 september 2018

Onder 3.8.4 Hoge Raad 28 september 2018

Een alinea uit Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1800.

Zoals hiervoor in 3.7.7 is overwogen, moet voor de beantwoording van de prejudiciële vragen 2 en 3 ervan worden uitgegaan dat het beding aldus moet worden uitgelegd dat de in de eerste zin daarvan beschreven procedure leidt tot een standpunt van de verzekeraar waartegen de verzekerde bezwaar kan maken en dat de verzekerde (al dan niet na onderzoek door een door hemzelf ingeschakelde deskundige) ter beoordeling kan voorleggen aan een klachtencommissie of de rechter, ook indien hij de in het beding genoemde bezwaartermijn niet heeft benut. Aldus uitgelegd komt aan de bezwaartermijn geen afzonderlijke betekenis toe. Wat betreft de beoordeling op oneerlijkheid komt het daarmee aan op de bepaling dat de verzekeraar de medische en andere deskundigen aanwijst en aan de hand van de door deze verschafte gegevens de mate van arbeidsongeschiktheid, de omvang van de uitkering en de periode waarvoor deze zal gelden, vaststelt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1be0d682248666078b9529ddc4e3ccd32a0fc3d24f50802073cb9de508ef723. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1be0d682248666078b9529ddc4e3ccd32a0fc3d24f50802073cb9de508ef723, en de alinea staat in dat document op bytes 38300 tot 39241.