Citaat | Hoge Raad 16 februari 2018

Onder 3.5.2 Hoge Raad 16 februari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:182.

Art. 7:671b lid 8 BW ziet op de situatie dat de kantonrechter tot het oordeel komt dat een door een werkgever gedaan verzoek tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, of van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die tussentijds kan worden opgezegd, voor toewijzing in aanmerking komt. Ingevolge art. 7:671b lid 8, aanhef en onder a, BW bepaalt de kantonrechter dan het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. Daarbij geldt als hoofdregel, kort gezegd, dat de kantonrechter een termijn in acht neemt die gelijk is aan de tussen partijen geldende opzegtermijn met aftrek van de duur van de procedure, met dien verstande dat een termijn van ten minste een maand resteert. In art. 7:671b lid 8, aanhef en onder c, BW is bepaald dat de kantonrechter de werknemer in bepaalde gevallen een vergoeding kan toekennen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41737a2c6c231751bc95246a07a2ff022b995a088e7db73d777678f9eafa59db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41737a2c6c231751bc95246a07a2ff022b995a088e7db73d777678f9eafa59db, en de alinea staat in dat document op bytes 24431 tot 25301.