Citaat | Hoge Raad 19 oktober 2018

Onder 2.3.5. Hoge Raad 19 oktober 2018

Een alinea uit Hoge Raad 19 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1836.

Met zijn hiervoor in 2.2.1 en 2.2.2. weergegeven oordelen heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat tussen de levering van het schoolgebouw en de door belanghebbende van de Stichting en de Vereniging ontvangen bedragen niet een rechtstreeks verband bestaat, omdat deze bedragen slechts ten dele de levering van het schoolgebouw vergoeden en deze bedragen zijn bepaald op basis van een andere factor die afdoet aan dat verband, te weten de in de Wet VO opgenomen bekostigingsregeling van huisvesting. De door de Stichting en de Vereniging betaalde bedragen vormen dan niet de werkelijke tegenwaarde voor de levering van het schoolgebouw. Aldus begrepen geeft dit oordeel van het Hof, gelet op hetgeen hiervoor in 2.3.2 is overwogen, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Daarvan uitgaande heeft het Hof terecht geoordeeld dat de levering van het schoolgebouw niet is verricht onder bezwarende titel in de zin van artikel 1, aanhef en letter a, van de Wet OB. Dit brengt ook met zich dat het Hof , voortbouwende op dat oordeel, terecht heeft beslist dat belanghebbende geen recht heeft op aftrek op de voet van artikel 15 van de Wet OB van de omzetbelasting die haar in rekening is gebracht voor goederen en diensten die zij met het oog op de levering van het schoolgebouw heeft afgenomen. Middel 1 faalt daarom.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39e7dac8dc320b9aeea7b0bdb59a880bd47cf2fe459243d32a7ebecade3cc802. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39e7dac8dc320b9aeea7b0bdb59a880bd47cf2fe459243d32a7ebecade3cc802, en de alinea staat in dat document op bytes 15186 tot 16616.