Citaat | Hoge Raad 5 oktober 2018

Onder 3.2.3 Hoge Raad 5 oktober 2018

Een alinea uit Hoge Raad 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1841.

Het staat in deze zaak vast dat de verzekerde de precontractuele mededelingsplicht van art. 7:928 lid 1 BW heeft geschonden. Volgens art. 7:930 lid 4 BW is de verzekeraar in dat geval geen uitkering verschuldigd, indien hij bij kennis van de ware stand van zaken geen verzekering zou hebben gesloten. Bij het beantwoorden van de vraag of dat het geval is, moet niet geheel of gedeeltelijk worden geabstraheerd van de concrete acceptatiecriteria van de desbetreffende verzekeraar. Uit HR 19 mei 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6258 (Hotel Wilhelmina) kan het tegendeel niet worden afgeleid. Uit dat arrest volgt wel dat bij de beoordeling van het optreden van een verzekeraar betekenis dient te worden toegekend aan hetgeen van een ‘redelijk handelend verzekeraar’ mag worden verwacht. De wetgever is van het een en ander niet afgeweken bij de invoering van art. 7:929 BW en art. 7:930 lid 4 BW. (rov. 3.6)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98eaa7d9aa371a075def3d3b9fb3e1bc0126ba9530b3c5501a058eb9c4d1f15f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98eaa7d9aa371a075def3d3b9fb3e1bc0126ba9530b3c5501a058eb9c4d1f15f, en de alinea staat in dat document op bytes 14546 tot 15461.