Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2018
Onder 2.2.2. Hoge Raad 9 oktober 2018
Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1872.
Op 28 september 2013, omstreeks 01:30 uur, reed ik tijdens de surveillance op Klein Zwitserland te Gilze, in de gemeente Gilze en Rijen. Ik reed de parkeerplaats op van het Van der Valk Hotel, dat gelegen is op het adres Klein Zwitserland 8 te Gilze. Het parkeerterrein heeft een openbaar karakter en is een voor het openbaar verkeer openstaande parkeerplaats. Ik zag dat een grote gele oud model bestelbus mij tegemoet kwam gereden. Ik zag dat het voertuig was voorzien van een Bulgaars kenteken zijnde [AA-00-BB]. In de Eenheid Zeeland-West-Brabant loopt het project Moelander waar aandacht wordt gevraagd om voertuigen te controleren uit Midden en Oost Europa. Ik keerde mijn dienstvoertuig en zag dat het genoemde voertuig geparkeerd werd vlakbij de uitgang van genoemde parkeerplaats. Ik zag dat de bestuurder, later genoemde verdachte [verdachte], uitstapte en wegliep bij zijn voertuig. Ik sprak de bestuurder aan. Ik vroeg aan de bestuurder naar een geldig rijbewijs. Ik zag dat de bestuurder mij een verblijfsdocument overhandigde. Ik hoorde van de bestuurder dat hij zijn rijbewijs niet bij zich had. Ik las op genoemd document dat de bestuurder betrof: [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fbcf569977193c54e450db2498760a6491cb86965ecf5dbf13f834d0848018e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fbcf569977193c54e450db2498760a6491cb86965ecf5dbf13f834d0848018e, en de alinea staat in dat document op bytes 9274 tot 10515.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fbcf569977193c54e450db2498760a6491cb86965ecf5dbf13f834d0848018e | shasum -a 256