Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2018
Onder 2.4.1. Hoge Raad 9 oktober 2018
Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1872.
Zolang een dergelijke controlebevoegdheid, uitgevoerd door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, mede is uitgeoefend ter controle van de naleving van de bij of krachtens de WVW 1994 vastgestelde voorschriften als bedoeld in het eerste en het vierde lid van art. 160 WVW 1994 is die uitoefening derhalve in beginsel rechtmatig, ook indien die bevoegdheid daarnaast het verrichten van opsporings-handelingen mogelijk maakt waarop deze bepalingen niet zien. Die omstandigheid brengt immers nog niet mee dat de controlebevoegdheid uitsluitend is gebruikt voor een ander doel - te weten: voor het verrichten van opsporings-handelingen - dan waarvoor deze is verleend. Voorts geldt dat het bestaan van een redelijk vermoeden dat iemand zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit niet in de weg staat aan het uitoefenen van deze controlebevoegdheden door opsporingsambtenaren, mits bij aanwending van die bevoegdheden tegenover een verdachte de aan deze alszodanig toekomende waarborgen in acht worden genomen (vgl. HR 21 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY9670, NJ 2006/653).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fbcf569977193c54e450db2498760a6491cb86965ecf5dbf13f834d0848018e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fbcf569977193c54e450db2498760a6491cb86965ecf5dbf13f834d0848018e, en de alinea staat in dat document op bytes 14314 tot 15446.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fbcf569977193c54e450db2498760a6491cb86965ecf5dbf13f834d0848018e | shasum -a 256