Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2018

Onder 2.4.2. Hoge Raad 9 oktober 2018

Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1872.

Art. 160, eerste en vierde lid, WVW 1994 bevatten geen aanwijzingen omtrent de selectie van de bestuurders ten aanzien van wie de in die bepalingen genoemde bevoegdheden kunnen worden uitgeoefend. Hetgeen hiervoor onder 2.4.1 is vooropgesteld laat evenwel onverlet de mogelijkheid dat de rechter bevindt dat de politie bij de uitoefening van voornoemde controlebevoegdheden de te controleren persoon of personen heeft geselecteerd op een wijze die onverenigbaar is met het uitgangspunt dat personen niet worden gediscrimineerd wegens onder meer hun ras of hun godsdienst of levensovertuiging. Indien de rechter tot de bevinding komt dat bij die selectie een in dit opzicht niet gerechtvaardigd onderscheid is gemaakt, zal hij moeten bepalen welk rechtsgevolg in de gegeven omstandigheden moet worden verbonden aan de onrechtmatigheid van de uitoefening van de controlebevoegdheid, rekening houdend met factoren als de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. (Vgl. HR 1 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2454, NJ 2017/84.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fbcf569977193c54e450db2498760a6491cb86965ecf5dbf13f834d0848018e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fbcf569977193c54e450db2498760a6491cb86965ecf5dbf13f834d0848018e, en de alinea staat in dat document op bytes 15583 tot 16642.