Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2018

Onder 1 Hoge Raad 9 oktober 2018

Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1875.

Aangeefster heeft verklaard dat zij en verdachte op 23 september 2016 in het ziekenhuis in Apeldoorn ruzie kregen, nadat aangeefster tegen verdachte had gezegd dat ze niet met hem wilde trouwen vanwege zijn agressieve buien. Ook haar vader was het niet eens met een huwelijk en aangeefster wilde dat verdachte eerst in therapie zou gaan. Verdachte accepteerde dit niet en werd boos. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte helemaal doordraaide en dat ze lange tijd ruzie hebben gehad op de ziekenhuiskamer. Eerst waren ze alleen en later waren de zus van verdachte en haar vriend er ook bij. Toen aangeefster zei dat ze de politie ging bellen stompte verdachte haar in haar gezicht. Ze weet niet hoe vaak hij stompte. Verdachte is kickbokser geweest en hij heeft harde vuisten. Als hij slaat, slaat hij hard. Ze voelde pijn, een branderig gevoel en ze zag bloed. Verdachtes zusje en haar vriend deden niets. Ze zeiden alleen dat verdachte weg moest gaan. Verdachte pakte de autosleutels van aangeefster (haar mobiel had hij al gepakt) en wat geld uit haar portemonnee en ging weg. Voordat hij wegging zei verdachte tegen haar dat ze tegen de verpleging moest zeggen dat ze zichzelf had geslagen. Aangeefster heeft door de mishandeling pijn aan haar gezicht en aan haar hoofd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c112efa5ed95ee4004ffde3187f350eb9e1a068f83fb5f0e8a61cc0bcefad3d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c112efa5ed95ee4004ffde3187f350eb9e1a068f83fb5f0e8a61cc0bcefad3d6, en de alinea staat in dat document op bytes 8128 tot 9418.